Toolbar

Beste Jaap, beste Leike

Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert.

Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

Aanmelden

sluiten

Regels

 

regels

 

Beste Leike,

Het is wel een mooie paradox die je beschrijft. Dat je van de regels kunt afwijken omdat anderen dat niet doen. Maar dat als iedereen van de regels zou afwijken een complete anarchie zou ontstaan en weinig meer zou werken. Je ziet dat in de zogenaamde ‘failing states’; als alle gezag en alle regels wegvallen weet je helemaal niet meer waar je aan toe bent. Je aan alle regels houden werkt echter ook niet.


Het is echt een interessant vraagstuk. Hoe vaak komen we niet in organisaties waarin ook het hoogste management ziet dat de hoge regeldichtheid het functioneren in de weg zit en waarin medewerkers uitgenodigd worden zich er niet teveel door te laten belemmeren. Managers die medewerkers aanmoedigen eens wat vaker ‘buiten de lijntjes te kleuren’ of die uitleggen dat excuses achteraf makkelijker zijn dan vooraf toestemming vragen? Hoe vaak suggereren we zelf niet om tegenstrijdige regels te benutten voor handelruimte?
Het is natuurlijk een paradoxale boodschap in de orde van ‘Gehoorzaam mij niet’. Dat levert voor de een vrije ruimte op, maar voelt voor de ander als verlammend. Want het is natuurlijk niet zo dat je buiten alle lijntjes mag kleuren hè? En als je vraagt welke wel en welke niet, dan loop je het risico dat je ongeduldig terecht gewezen wordt dat je dat nu juist zelf moet inzien.
Wat dat betreft zijn de regels op het water eigenlijk wel heel mooi. Dat zijn er best veel en soms verschillend voor verschillende soorten water. Maar er geldt altijd een hoofdregel: het voorkomen van een aanvaring legitimeert het afwijken van de regels. Mooi hè? Een soort metaregel die de andere regels in een andere categorie zet. Ik denk dat we die impliciet in organisaties ook vaak hanteren.
Niet voor niets zeggen we vaak dat we moeiteloos snel en volledig zouden vastlopen als iedereen zich aan alle regels houdt, zoals in een stiptheidsactie. Dus zegt het management eigenlijk impliciet voortdurend zoiets als: “Hartelijk welkom in deze organisatie. Dit zijn de regels. Hou je daaraan … tenzij het beter is om dat niet te doen. Even impliciet handelen medewerkers naar deze opdracht. Ze doen hun werk goed ondanks de regels. Constructief negeren zorgt ervoor dat het werk effectief, efficiënt en zonder teveel gedoe verloopt.
Jammer dat niet iedereen dit snapt. Ik herinner me dat Koos van der Steenhoven ooit als Secretaris Generaal van OCW op de radio zei dat er zoveel regels waren op zijn ministerie dat hij zich niet overal aan kon houden. Verstandige man. Maar toen kwamen er Kamervragen, reageerde de minister daarop en kroop de SG de volgende dag door het stof: Hij zou zich aan alle regels houden.

Soms zijn de regels niet voor iedereen duidelijk en dreigt er averij.
Wij voeren deze zomer op de IJssel. De snelststromende rivier van Nederland. Waar je op het meeste water in Nederland stuurboord (rechts) moet houden, gelden op de IJssel andere regels. Omdat het water in de buitenbocht sneller stroomt dan in de binnenbocht mogen schepen die stroomafwaarts gaan de snelle buitenbocht nemen en kunnen degenen die de stroom opgaan de binnenbocht nemen. Voordelig voor beide richtingen.
Dus voer ik op zeker moment tegen de stroom in aan de bakboordswal (links) en kwam er een tegenligger die gewoon rechts wilde houden. Misschien zag hij mij als spookvaarder. Ik vermoedde dat hij de speciale regels die voor de IJssel gelden niet kende. Zo zaten we vermoedelijk ieder in een eigen regelsysteem. We voeren recht op elkaar af. En iedere keer als ik probeerde nog iets dichter op de kant te varen, deed hij dat ook. Tot ik bedacht dat ik een toeter had (in scheepstermen een hoorn) en fiks op die knop drukte. De tegenligger verlegde direct zijn koers en passeerde me aan stuurboord. Die scheepshoorn intimideert geweldig! Alsof de toeteraar ook de regelmaker en spelbepaler is. Het lijkt wel management.

Groet,Jaap

Schrijf een reactie (0 reacties)

Fietsen in Utrecht

Fietsend klein

Beste Jaap,

Het zomerreces is voorbij, de post-vakantiedrukte weer begonnen. Na een periode van een paar weken waarin ik het vooral druk had met het oogsten van abrikozen, bessen, tomaten, courgettes en vijgen, en het dronken voeren van slakken en fruitvliegjes, is dat ook wel weer lekker. Hoewel geen onverdeeld genoegen. Want met het einde van de vakantie, is ook de verkeersdrukte weer terug. De fietsverkeersdrukte bedoel ik.

Echt, in Utrecht kun je beter in een auto rijden dan fietser zijn. Je bent als automobilist zo goed als uit de stad geweerd, maar je hoeft tenminste niet de terreur van de fietsspits mee te maken. Want dat is niet prettig. Er wordt al append, bellend, muziekluisterend over het fietspad gezwalkt. Ga je niet snel genoeg of kan iemand er even niet langs, krijg je een opmerking naar je hoofd. En als iemand haast heeft, neemt hij het recht om links, rechts, over de stoep of op andere wijze overal langs te vliegen. Het is aan de andere fietsers om daar rekening mee te houden.
Het echte gevaar voor de fietser is niet de automobilist, maar zijn mede-fietsers.

Ik las deze zomer de boeken van Harari, Sapiens en Homo Deus. Hij stelt, met name in Sapiens, dat de vooruitgang voor de mens niet zozeer te danken is aan een biologische evolutie, maar aan een cognitieve. Ons vermogen om te denken en praten, taal en beeld te gebruiken is een cognitief voordeel. Het hier en nu werd door ons taalvermogen aangevuld met een wereld waarin zowel verleden en toekomst, als andere plaatsen een rol konden spelen. Het stelde ons in staat om op grond van abstracte begrippen samen te werken en te organiseren. Zo ontstonden gemeenschappelijke gewoonten (algoritmen) voor hele grote gemeenschappen.

Verkeer is zo’n abstractie. En het werkt. We hebben iets georganiseerd dat voor hele grote groepen betekenisvol is. Iets waarvan het regelstelsel gedrag reguleert en dus betrouwbaar en veilig is. Het werkt zelfs zo goed, dat je als individu vanaf kunt wijken, juist omdat je erop kunt vertrouwen dat anderen dat niet doen.
En daarin zit wel iets ingewikkelds. Want met de voortschrijdende individualisering wordt het collectief steeds minder belangrijk gevonden. Het gaat om Jou, dat Jij je goed voelt, Jouw hart kunt volgen, kunt doen wat voor Jou belangrijk is. Zelfexpressie is belangrijker dan het collectief.
Als die cognitieve evolutie ons geholpen heeft om grotere en waanzinnig complexer collectieven te bouwen, wat doet de individualisering daar dan mee?

Ik ben Norbert Elias maar eens gaan herlezen. Hij beschrijft prachtig hoe civilisatie werkt, hoe culturen ontstaan omdat aan de randen van gemeenschappen gedrag wordt overgenomen. Aan die randen gaat het schuren en komen nieuwe ontwikkelingen op gang. Volgens mij zie je het in deze tijd schuren rond de zwarte-pietendiscussie, de slavernijdiscussie, de roep van medelanders om echt onderdeel te mogen zijn van deze maatschappij. We hebben de verschillende opvattingen daarover nodig om met elkaar te bouwen aan een nieuwe gezamenlijkheid.
Dat is in een geïndividualiseerde maatschappij wel lastig. Je komt dan in de situatie dat je vindt dat de maatschappij jouw afwijkende gedrag moet accepteren, maar dat je diezelfde maatschappij gaat verwijten dat ander gedrag ook te accepteren. In de individualistische blik, ligt de nadruk vaak op het eigen gelijk.

In de het NRC was een van de zomeravondgesprekken tussen Sylvana Simons en Heleen Mees. Twee mensen die samen een mooi voorbeeld van zo’n schuurvlak genoemd kunnen worden. Mooi gesprek. En ingewikkeld, omdat de dames elkaar maar niet bereikten. Elke keer als de een daar een poging toe waagde, werd ze door de ander verweten alleen maar vanuit het eigen perspectief te kijken. Met zo’n tekst versterk je alleen je eigen gebubbel. De kunst is natuurlijk om je best te doen eens door de ogen van de ander te kijken.
Mees verwoordde op een gegeven moment mooi wat er gebeurde: „Maar onder die vraag ligt een verwijt. Daarmee, en dat is misschien waar we elkaar kwijtraken, diskwalificeer je mij als gesprekspartner. Je trekt de discussie naar je toe, waardoor het een monoloog wordt in plaats van een gesprek. Natuurlijk hebben wij niet dezelfde ervaringen, ik durf zelfs te wedden dat niemand hier dezelfde ervaringen heeft als ik. Maar samen hebben we de meeste kennis en kansen.”

In zijn tweede boek stelt Harari dat de mens de mens niet meer nodig heeft voor de volgende evolutie. We hebben robots. De mens heeft zich ontwikkeld naar een homo Deus, een goddelijke mens.
Misschien heeft hij gelijk, maar voorlopig is het fietsverkeer in Utrecht toch echt niet goddelijk te noemen.

Groet, Leike

Schrijf een reactie (0 reacties)

Don en Kim

 

 

   TrumpKim

Beste Leike,

Voor mij loopt de vakantie af. En heb ik een neiging om te schrijven over het armpje drukken van Don en Kim. Alsof je in een slechte B-film kijkt naar een thriller die niet echt spannend wil worden. De spanningsboog klopt, maar voelt zo ongeloofwaardig…
Ik hoorde een deskundoloog op de radio zeggen dat Kim van de twee het meest voorspelbaar en rationeel is. En het erge is dat ik denk dat dat waar is.
Je hoort weleens dat veel mensen afhaken bij het nieuws omdat het ze teveel wordt. Dat heb ik wel met het eindeloos gezeur over eieren waarin het gif zo gering is dat er niet de minste kans is dat iemand er ziek van wordt terwijl de verkoop van tabak en suiker gewoon doorgaat. Maar die Koreacrisis…, ik volg het wel, maar kijk ernaar als een kip naar het onweer.

Dus wil ik gewoon nog een beetje zomerig reflecteren op wat er helemaal niet toe doet. Gewoon wat verbazing met je delen over het soort dingen die we soms tegen elkaar zeggen?
Laatst was er bijvoorbeeld weer iemand die vond dat je appels niet met peren mocht vergelijken. Dat vind ik zo raar. Want welke twee vruchten laten zich nu zo fijn vergelijken? Het groeit aan bomen, oogst eind van de zomer, met een schil en pitjes, zoet vruchtvlees en lekker gezond. Goed uit de hand te eten. Heel veel overeenkomsten dus en ook een paar verschillen. De vorm, de mate van lekken bij goed rijp, de zoetigheid. Paarden en koeien kan je ook goed vergelijken. Appels en appels ook, bijvoorbeeld Granny Smith en Elstar. Maar paarden en appels wordt al wat gekker. Ik denk omdat ze teveel van elkaar verschillen. Of onweer en kerstmis. Om te vergelijken heb je zowel overeenkomsten als verschillen nodig.
Ook gek vind ik mensen die menen dat over smaak niet valt te twisten. Ik snap wel dat je over zwaartekracht niet kunt twisten of over het feit dat na zomer de herfst volgt. Maar over de schoonheid van Bach, de smaak van wintertruffels of de kwaliteit van het weer kan het juist heel goed! Wat is nou leuker om over te twisten dan over smaak? Recensenten, commentatoren, museumdirecteuren, ze doen niet anders. Ik doe daar graag aan mee. Ik vind bijvoorbeeld die Picasso erg overschat en hou niet van mosselen. Wat jij?
En ik weet niet of de volgende meer taalkundig is of dat het komt omdat mensen niet nadenken als ze wat zeggen. “De een na laatste”, hoor je weleens. Huh?
Er is een laatste en dan komt er nog een na? Dan is dat toch de laatste? Wat is dat voor onlogisch redeneren? Het is gewoon slordige onzin. Ik vermoed dat de het woordje ‘op’ uit ‘de op een na laatste’ wegviel en dat veel mensen dat gewoon niet in de gaten hebben.

Blijft over de vraag of je Don en Kim nu kunt vergelijken? Ja, ze hebben allebei narcistische trekjes, raar haar en voorliefde voor vertoon. En er zijn vast ook verschillen, maar die lopen wat minder in de gaten. Over hun smaak valt te twisten, die is verschrikkelijk en ik hoop van harte dat we door hen niet de een na laatste zullen worden.

Nu maar gauw weer aan het werk.

Groet, Jaap

Schrijf een reactie (0 reacties)

Brugwachter

 Brugwachter

 

Beste Leike,

We zijn met ons bootje op vakantie. Maar ik kan toch niet laten met organisatie-ogen te kijken naar wat ik meemaak. Bijvoorbeeld bij het aanmelden voor bruggen. Op de Vecht zijn sommige bruggen van de gemeenten en andere van de provincie. De gemeentebruggen hebben van die gezellige brugwachters die je zien aankomen en dan de brug voor je opendoen. Toen men vorig jaar in Vreeland de brugwachter wilde laten vervangen door camera’s kwamen de bewoners in opstand. Hij vervulde een mooie rol in het sociale weefsel van het dorp en droeg bij aan sociale controle en gevoel van veiligheid.
De provinciale bruggen Utrecht zijn daarentegen helemaal geautomatiseerd en worden bestuurd met behulp van camera’s. Bij iedere brug staat een telefoonnummer dat je moet bellen als je erdoor wilt. Dan krijg je een bandje waarop een man in diep Limburgse tongval zegt dat je bericht is aangekomen en dat de brug zal opengaan. Laatst was een brug kapot, maar de Limburgse bandinspreker bleef vrolijk aankondigen dat de brug zou opengaan. Op die brug was een mannetje aan het werk, met zijn hoofd in een regelkast met draadjes en schakelingen. Geen spoor van communicatie over de stremming.

Communicatie is sowieso een lastig punt.
We gingen laatst onder een brug in Jutphaas door met zo’n aardige brugwachter in een klein huisje, om vervolgens 100 meter verder voor een sluis van Rijkwaterstaat te komen. Daar was geen aankondiging hoe je te melden, ook niet in de wateralmanak. Bovendien geen enkele reactie op ons hoorngeschal. Dus dan maar naar de kant en erheen lopen. Een slaperige sluiswachter had ons niet gezien. “Ja, sorry”. “Maar geeft de brugwachter van de brug hiervoor dan niet door dat er wat aankomt?” “Nee, nooit, hebben we geen contact mee. Zij zijn van de gemeente.”
Honderd meter Leike! En iedere boot die door de brug gaat moet ook door de sluis. Allemaal!

Wat ook zo interessant is, is het verschil tussen gemeentelijk en provinciaal/rijks-eigendom. Provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat laten het geld rollen. Prachtige futuristische verkeerstorens waar architecten zich op hebben kunnen uitleven. De gemeentelijke brugwachters zitten vaak in een heel klein huisje en moeten dikwijls naar buiten om brug of bomen te bedienen. Gemeenten kunnen blijkbaar minder geld laten rollen dan provincies en waterschappen. Om van Rijkswaterstaat maar te zwijgen.

En dan het tempo te water. Ook heel apart. Zo mooi traag als een groot binnenschip een sluis binnenvaart en helemaal geweldloos tegen de kant aan komt te liggen. Geheel ongehaast. Het fijne van dat varen is ook juist dat het zoveel langzamer gaat dan de auto of de trein of zelfs de fiets. Je hebt alle tijd om het landschap in je op te nemen en je gedachten de vrije loop te laten. Heerlijk. Maar ook wel irritant voor een neurotisch type als ik ben. Ik betrap mezelf op ergernis als de brugwachter een vol uur zijn werk neerlegt om zijn boterhammetje te eten. Een uur? Is dat om uit te rusten of zo? Van dat harde werken? Vier keer op een ochtend lampje op groen, bomen omlaag, brug omhoog, lampje op rood, brug omlaag, bomen omhoog? Op de Turfroute van Drenthe naar Friesland beginnen alle brugwachters om half tien en stoppen zijn om half vijf. Zonder lunchpauze….Zeven uur achter elkaar.
En dan erger ik me weer aan mijn ergernissen. Gun die mensen nou die jaloersmakende rust. Waarom zouden ze net zo gestrest met de tijd moeten omgaan als ik? Adem in, adem uit.
Mezelf zo toespreken helpt soms. Ben heel benieuwd of ik wat leer deze vakantie.

Groet, Jaap

Schrijf een reactie (5 reacties)

Mag ik de paarse krokodil terug?

Beste Jaap,Krokodil

 

Heel bijzonder inderdaad, hoe de aanklacht in Tjeenk Willinks rapportage genegeerd is in de Kamer. De kaasstolp die zich kan veroorloven om de effecten van hun keuzes niet onder ogen te hoeven zien. Misschien ook wel niet kunnen zien, omdat elk abstract besluit vele wegen naar handelen kent. Een niet te overzien aantal wegen, dus helemaal met je eens dat men in reactie op de bijlage van Tjeenk Willink de hand in eigen boezem had moeten steken, maar de effecten zijn ook moeilijk te voorspellen.

Deze week mocht ik zelf weer eens ervaren hoe schrijnend die effecten kunnen zijn. Wij proberen op dit moment goed zorg te organiseren voor onze thuiswonende ouders. Ze hebben allebei andere zorg nodig, maar ze kunnen – mits goed ondersteund – nog prima thuiswonen.
Een aantal jaren geleden heeft het kabinet besloten om de gelden voor ouderen- en thuiszorg te decentraliseren en zo ouderen langer, maar beter ondersteund, zelfstandig te laten leven.
Je zou toch zeggen dat mijn ouders de doelgroep zijn waarvan het kabinet wil dat het voor hen beter geworden is. Nou … da’s niet gelukt.

Ooit zei een chirurg tegen mij dat marktwerking in de zorg kon werken … voor een dertigjarige met een knieblessure. Maar niet voor mensen die complexe zorg nodig hebben. Parallel hieraan zou ik willen stellen dat de decentralisatie van budgetten kan werken … voor een nog flexibele dertigjarige die weet hoe de hazen lopen en met techniek om kan gaan en daardoor de weg weet door het woud dat ontstaan is. En dan is het nog ingewikkeld.

Nu zorg ingekocht mag worden waar je maar wilt, is er een waaier aan partijtjes ontstaan die allemaal mee willen pikken uit de ruif. Een totaal versnipperd landschap, waarin aanbod juist NIET is afgestemd op de cliënt.
Er zijn coördinatoren vanuit gemeente of zorgorganisatie nodig om de mogelijkheden te overzien en een goed aanbod bij elkaar te krijgen. Maar ook zij weten het niet en kunnen niet zoveel. Wij krijgen steeds informatie terug die we zelf al hebben uitgezocht. En dan moeten we het weer zelf uitzoeken. Gevolg: enorm versnipperde zorg, veel te veel mensen over de vloer, van verschillende organisaties.

Als je kijkt waar het om gaat, is het bij mijn ouders nog eenvoudig. Als er elke dag iemand een tot twee uurtjes beschikbaar zou zijn voor persoonlijke hulp en huishouding, is het geregeld. Maar zo werkt het niet: de een mag geen medische handelingen verrichten, de ander zit vast in wisselende diensten waardoor er vier tot vijf verschillende mensen over de vloer komen, de derde wil wel komen maar mag alleen betaald worden uit de ene en niet uit de andere wet. Als het niet zo verdrietig was, zou je je een bult lachen.
Wij hebben wel begrip gekregen voor al die bureautjes die uit de grond schieten die je helpen om dit te regelen.
Maar daar kan het geld toch niet voor bedoeld zijn? Voor al die coördinatieactiviteiten? En toch is dat een groot deel van de activiteit rond mijn ouders.

We hadden ooit een paarse krokodil en daar moesten we vanaf. Was die Haagse maatregel niet juist bedoeld om dat paarse ding te laten verdwijnen? Maar de krokodil is gemuteerd naar een hydra, een veelkoppig monster waarbij voor iedere afgeslagen kop twee koppen teruggroeien.
Ik wil de paarse krokodil terug. Wat een verademing zou dat zijn.

Groet, Leike

Schrijf een reactie (0 reacties)